Vooraf

Een ietwat sombere middag in februari. We hebben een afspraak in ’s-Hertogenbosch bij onze oud-collega geschiedenis Jetteke Gieles-Colenbrander, inmiddels 90 jaar jong! Maar, zo zou blijken, nog bijzonder vitaal en erg goed van geheugen. We worden gastvrij ontvangen en Jetteke heeft ons bezoek goed voorbereid. De fotoboeken liggen al klaar.

Niet voor de klas

Jetteke was van 1974-1986 verbonden aan het Sint-Janslyceum. Maar altijd in een gedeeltelijke lesomvang. De zorg voor haar gezin en haar inwonende vader in die tijd had een hoge prioriteit.

Bij ons bezoek passeert haar hele onderwijsloopbaan de revue en dat maakte ons gesprek zo boeiend. Jetteke kan terugkijken op zeer uiteenlopende aspecten uit haar carrière. En dat terwijl ze als scholier aangaf dat ze toentertijd zeker wist dat ze niet voor de klas wilde staan. Haar middelbare schoolperiode speelde zich af in Delft en Leiden. In Leiden deed ze eindexamen van de middelbare school (“terwijl ze bij geschiedenis eigenlijk nooit moderne geschiedenis had gekregen: haar docent eindigde bij 1914: De Eerste Wereldoorlog”). Voor haar stond wel vast, dat ze geschiedenis wilde gaan studeren, en wel in Leiden. Daar is ze ook afgestudeerd. Haar bijzondere interesse ging uit naar de periode van de Tweede Wereldoorlog. Aan het tafeltje bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (het NIOD) schreef ze haar doctoraalscriptie: Vanuit verschillende gezichtspunten bestudeerde zij de persoon van Karel de Grote, gezien vanuit de Franse Geschiedenis en vanuit de Duitse geschiedschrijving. Dit was, zo stelt ze, typerend voor Jetteke: “Ik heb mijn hele leven de geschiedenis proberen te benaderen vanuit de invalshoek enerzijds…. anderzijds. Ook in mijn latere onderwijsloopbaan”.

Toch gaan houden van het onderwijs

In de beroemde en beruchte jaren zestig woonde Jetteke in Amsterdam. Ook studeerde zij Kunstgeschiedenis. In de vakantie trok ze graag door Italië en Frankrijk, aangetrokken door taal en cultuur, maar er moest ook brood op de plank komen. Eind jaren vijftig (1959) was er een enorm tekort aan leraren en begon ze toch met lesgeven aan het Baarns Lyceum (inderdaad de middelbare school van de Oranje- prinsessen). Enerzijds met lood in de schoenen want ze vond het doodeng, maar ook nieuwsgierig om zichzelf tegen te komen. Het was voor Jetteke een ideale start: kleine klasjes (12 leerlingen gemiddeld) en gebaseerd op het Dalton- systeem: werken met taken. Jetteke zou daar zes jaar blijven. Ze voelde zich daar wel in een aquarium: enigszins beschermd, maar toch ook met een open blik naar de buitenwereld. Tot haar eigen verbazing was ze gaan houden van het onderwijs.

Maar ze wilde zich verder blijven ontwikkelen en daarom ging in Amsterdam ‘rondkijken’ in Amsterdam bij het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum, als een soort “Cultuureducatie avant la lettre”. Daar mocht ze bezoekende Amsterdamse schoolklassen kennis laten maken met de mooie kanten van deze musea. Met veel plezier heeft ze dat ook als deeltijd gedaan naast het lesgeven.

Toen in 1965 de lessen in Baarn stopten was het tijd voor een tussenjaar. Haar familieachtergrond (Hugenootse wortels) bracht haar naar het Collège Cévenol, een protestantse middelbare school met internaat in een klein bergachtig dorp in de Cévennen, van oudsher een bolwerk van Hugenoten. Ze was surveillant en gaf ook een aantal uren les. De school was in het chauvinistische Frankrijk van De Gaulle een voorpost van vernieuwing, je voelde de revolutie in het onderwijs van 1968 aankomen. Wat haar het meest fascineerde was het werken met stellingen, die de leerlingen moesten uitwerken en beargumenteren met behulp van de lesstof die ze hadden bestudeerd en die ze zo verwerkten.

In 1966 was zij er via haar zus uit Gouda achter gekomen, dat daar een vacature Geschiedenis was op het Stedelijk Gymnasium. Zeker geen progressieve school, terwijl ze zelf in het vooruitstrevende Amsterdam met de Provo’s en de Vietnam-demonstraties koos voor de vooruitstrevende benadering van de toenmalige actualiteit. De kinderen op het Stedelijk Gym waren bijzonder aardig. Maar de school was conservatief, had ook moeite met de Mammoetwet en was bang voor nieuwlichterij.

Toen zich dan ook drie jaar later, in 1969, op de Osdorper Scholengemeenschap (een middenschool) een vacature “coördinatie geesteswetenschappen” voordeed (Geschiedenis, Filosofie en Maatschappijleer), was zij er als de kippen bij. Weliswaar nog in barakken, maar in een zo aangename leeromgeving met zelfwerkzaamheid en werken met stellingen. Werken met projecten, waaronder een Cuba-project (Harry Mulisch kwam ook nog langs!). Het was wel zwaar, herinnert ze zich nog! In Gouda was ze een linkse rakker geweest, in Osdorp waar ze ook mavoleerlingen had was ze een ouderwetse mevrouw die zo netjes sprak.

Maar ook hier kwam toch weer spoedig een andere wending in haar loopbaan. Het oude Burgerweeshuis in de Kalverstraat werd omgebouwd tot het nieuwe Amsterdams Historisch Museum en daarvoor werd een staf gerekruteerd. Zij werd aangenomen als conservator en mocht er een educatieve dienst opzetten, waarbij haar contacten met de Amsterdamse scholen goed van pas kwamen. Vier jaar zou deze fase in haar kleurrijke leven duren.

Inmiddels was zij in haar ‘Osdorpertijd’ ene Piet Gieles tegengekomen, een docent Geschiedenis van het Stanislaus-College uit Delft. Een onderwijsvernieuwer eerste klas. Zij wisselden allerlei onderwijsvernieuwende projecten uit. Later kwam ze hem weer eens tegen. De liefdesvlam sloeg toen echt over en in 1971 zijn ze getrouwd. Piet Gieles werkte bij het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC) in Den Bosch. Daar gingen ze wonen.

Achterste rij vlnr: Jan Keller, Jetteke Gieles en Toon Vollebergh
Voorste rij vlnr: Wim van Lankvelt, Arie Kramer en René Kok

Aanvankelijk bleef Jetteke nog werken bij het Amsterdams Historisch Museum totdat er in 1974 een advertentie verscheen in de krant met een kleine vacature op het Bossche Sint-Janslyceum. Dat kwam goed uit: Jetteke had inmiddels de zorg voor twee jonge dochters. Rector Jan van Haperen ontving haar allervriendelijkst en zij herinnert zich het sollicitatiegesprek nog levendig. Hij profileerde het katholieke SJL als een oecumenische school, waar veel ruimte was voor andersdenkenden. Protestantse docenten waren van harte welkom, mits ze, als ze de eerste les van de dag moesten starten, met een gebed begonnen. Jetteke vond dat prima en gebruikte mooie teksten uit een boekje van Huub Oosterhuis. Op een keer vroeg ze aan de klas hoe ze dat beginnen met gebed vonden en kreeg ze als antwoord: Ach, zo grappig, U bent de enige docent die dat doet. Het typeert de overgangsfase waarin de school zich bevond.

De ontvangst op de oorspronkelijke jongensschool met veel mannelijke docenten was niet echt hartelijk. Niemand bekommerde zich in die tijd haar Er waren vaste plekken en vaste tafels tijdens de lunch, waar je niet werd geacht om aan te sluiten. Er was nog geen georganiseerde docentenopvang in die tijd. Jetteke sloot zich aan bij vriendelijke individuele collega’s, zoals Ton Cox, Wim en Frans Assmann. Ze zocht en vond haar eigen weg. Het lesgeven vond ze geweldig.

Lustrum 1979 vlnr: lessen anno 1918/1919, iedereen verkleed, schrijven met kroontjespen en opstaan bij een beurt; Jetteke verkleed als Amerikaanse toerist bij de vossenjacht

Mooie herinneringen koestert zij aan het 60-jarig jubileum in 1979 met alle verkleedpartijen en het intensieve contact van de vrouwelijke docenten op het SJL. Ook denkt ze met veel plezier terug aan haar toneeltijd bij Tango onder leiding van Bart van Perge. Contact met leerlingen is er altijd gebleven, en nog steeds, bijvoorbeeld als ze wandelt in het Bossche Broek, wordt ze gegroet door wat nu mensen op leeftijd zijn en die zeggen: ik heb nog les van u gehad. Meestal met een leuk gesprekje als gevolg.

Toen haar vader ernstig ziek werd in 1986 besloot ze te stoppen met het lesgeven en haar mantelzorgfunctie op te pakken. Ook daarna vingen zij en Piet nog regelmatig leerlingen in nood op in hun huis. Ook jonge (oud-) collega’s vonden daar een welkom onderdak. Tot op de dag van vandaag houdt zij zich nog volop bezig met vrijwilligerswerk, zoals “Amnesty International”.

Wij gaan weer vertrekken. Zwaar onder de indruk van de imposante carrière van deze bevlogen en idealistische oud-collega. Zij kijkt terug op een geweldig leven met vier schatten van kleinkinderen. Wij spreken onze dank uit voor dit gesprek en wensen haar nog veel levensgeluk toe.

Ans Buys en René Kok

@Nieuwsbrief 1, maart 2025