Oud-leerlingen aan het woord: familie Papavoine
Ben jij er een van Papavoine?
De Stichting Vrienden Sint-Janslyceum wilde graag het verhaal van een groot gezin waarvan alle kinderen op SJL zaten. Alle elf dus in ons geval. Maar het verhaal begint met onze ouders, geboren in 1925 en 1927. Hun leerjaren waren tijdens WO II en dat had veel invloed op hun gedachten over onderwijs.
Onze moeder wilde heel graag leren, maar dat ging niet. Leren was luxe. Zij was de oudste dochter, ze had nog een zus en zes broers, zorgen was haar werk. Ze was vastbesloten dat haar kinderen het beter zouden krijgen. Ze las over de komst van de Mammoetwet en de nieuwe kansen voor onderwijs. Een lyceum met een brugklas waarbij eerst gekeken werd welk onderwijs na de lagere school het beste paste. Niet meer vanzelfsprekend huishoudschool of ambachtsschool. En zo ging de oudste, Niek (1955-2005) naar het Sint-Janslyceum, deed het goed en ging na de brugklas naar de HBS. Ik, Marian, (1956) volgde een jaar later en ging in 1968 naar de eerste brugklas volgens de nieuwe Mammoetwet. Van een meisjesschool naar een gemengde klas. De docenten moesten ook nog wennen. Na mij gingen Josien, Piet, Riekie, Jac, Anneriet, Jeanne, Tineke, Steven en Heleen allemaal naar die brugklas op het SJL.
Marian
Ik genoot van het avontuur van veel verschillende vakken leren. Dat ging zo goed dat de conrector (Esser) naar mijn ouders belde dat ik naar het gymnasium moest. Mijn ouders vonden havo goed genoeg, maar na dat telefoontje van de conrector mocht ik toch. Behalve de lessen waren er volop andere zaken. Een filmclub waar ik de films van Truffaut zag. Ik herinner me dat de muziekleraar de trompettist van het Brabants Orkest in de les uitnodigde. Het orkest had hun repeteerruimtes in het gebouw naast SJL. De trompettist nodigde vervolgens de leerlingen uit om in een tussenuur naar de repetities te komen. Dat deed ik en ik hoorde Hein Jordans met het orkest oefenen op stukken uit de Vuurvogel van Strawinsky. Nu wilde ik ook het eindresultaat horen, dus ik kocht een kaartje. Een nieuwe wereld ging voor me open. Het aanstekelijke enthousiasme van Ubachs voor de klassieke talen. De opera Turandot die door leerlingen SJL uitgevoerd werd. Ik herinner me de Romereis in de vijfde klas, mijn eerste buitenlandse reis (daar werd al vanaf de tweede klas voor gespaard op school, zodat iedereen meekon). Muziek, film, theater, het hoorde er allemaal bij. De verbaasde vraag van de leraar wiskunde (Plasman) toen ik voor gym alfa koos: ″Waarom ga je alfa doen als je bèta kunt??″ Gewoon, dat leek me veel interessanter. Dat je iets goed kunt valt niet samen met iets leuk vinden.

Na SJL was veel mogelijk. Ik was de eerste van de familie die naar de universiteit ging, allemaal nieuwe wegen. En zo ging ik in 1974 theologie studeren. En drie jaar geleden ben ik alweer met pensioen gegaan als verantwoordelijke voor de universitaire bibliotheekcollecties geesteswetenschappen, liberal arts en theologie van Tilburg University.
Ik heb mijn broers en zussen gevraagd om hun herinneringen aan SJL. Hieronder volgen er een aantal. Duidelijk is dat vragen van de docenten of je er één van Papavoine was aan iedereen is bijgebleven. Wat wil je, met zo’n achternaam.
Josien
Mijn oudste broer Niek heeft op school nogal wat kattenkwaad uitgehaald. Daarmee had hij wel direct de toon gezet voor de broers en zussen die direct na hem kwamen. Ik zat een keer te kletsen bij pater Mak en kreeg direct straf in de vorm van strafregels schrijven. Ik was er immers eentje van Papavoine en die moest je direct aanpakken 🙂 Ook bij de eerste Franse les was de vraag of Niek mijn broer was en werd ik in eerste instantie streng bejegend. Later trok dat bij en werd ik als mezelf gezien, gelukkig.
Dat wij door leraren met elkaar vergeleken werden bleek ook uit het volgende voorval. In de tweede van het atheneum zat ik niet lekker in m’n vel dus m’n moeder had een gesprek aangevraagd bij de conrector (Van Eekelen?) Zijn vraag was of ik me wellicht minderwaardig voelde omdat ik ″maar” atheneum deed en mijn zus gym 🙂 Voor mij kwam die vraag als een grote verrassing want ik vergeleek mezelf nooit met m’n zussen of broers. Toch heb ik al met al een fijne tijd gehad op het Sint-Janslyceum en heb ik over het algemeen het gevoel gehad dat ik als individu gezien werd en niet als eentje van die grote familie.
Riekie
De eerste herinnering die bij me opkomt is “het stempel” dat ik voelde als er gezegd werd “je bent er een van Papavoine”. Het gaf me het gevoel dat iemand al een mening over me had gevormd nog voordat ik maar iets van mezelf had kunnen laten zien. Dat vond ik niet fijn. Ik ging overigens wel graag naar school. Ik ben nummer 5 in de rij, ging naar Gymnasium B omdat ik dat kon, niet omdat ik daar toekomstplannen bij had. Ik vond wiskunde leuk om te leren, ik herinner me vooral meneer Plasman. Hij zal het vak ook wel leuk gemaakt hebben voor me. Tekenen vond ik ook geweldig. De tekenleraar (weet zijn naam niet meer) ging ook mee naar Rome.
Die reis met de trein was een immens spannend avontuur. Mijn oudste zus Marian nam me een paar maanden ervoor mee naar Parijs, om alvast een keer te voelen hoe het in het buitenland was. Ik was nog nooit verder geweest dan het strand van Nieuwvliet. En dan met mijn klasgenoten naar Rome. Ik vond alles geweldig, de reis, het eten, het samen logeren in een hotel, de bezienswaardigheden. Alles nieuw, en intens, het heeft mijn honger naar meer wakker gemaakt. Ik vond laatst een foto van ons bezoek aan Pompei, een vriend van onze zoon was daar op dat moment. Samen met een gids is hij de plek gaan zoeken van de foto. Hoe gaaf is dat, zo veel jaren later!
Ik moet ook denken aan ons moeder, zoveel kinderen die op tijd op de fiets moesten zitten om naar school te gaan. Het ontbijt dat klaar moest staan, kleren schoon en gestreken, sportspullen en sporttassen, boeken die gekaft moesten worden. De stapel broodtrommels die we om de beurt samen met mam de avond van tevoren klaarmaakten. De verschillende lesroosters en tijden van weggaan en weer thuiskomen. Ze wist het allemaal.
En niet te vergeten haar enthousiasme om ons te helpen bij de verkleedpartij voor het 60-jarig bestaan van de school (1978). We mochten allemaal in de kledingstijl van de jaren 30 naar school komen.


Jac
Jac (geïnterviewd) heeft het SJL het langst meegemaakt, maar liefst 8 jaar (5 jaar havo en 3 jaar vwo). Hij kreeg de vraag of hij familie was van Monique Papavoine, inmiddels was er ook een nicht van ons op school. Hij herkende jonge docenten aan het feit dat ze niet vroegen of hij familie was van… Aan de havo heeft hij een vriend voor het leven overgehouden, Jos. Met Plasman en Van Uden heeft hij ook later nog contact gehouden, en hij herinnert zich een bezoek aan Janine van Hoek met de hele klas. Zijn laatste jaar werden computers geïntroduceerd op het SJL. Bij de exacte vakken, die hij toch wel kende, werd hij weggestuurd om te helpen die computers te installeren. Dat had als voordeel dat hij meteen zijn Engels kon ophalen, want alle instructies waren in het Engels en het was tot dan toe niet zijn beste vak. Toen hij uitgeloot was van de stedenreizen op school is hij door pater Mak uitgenodigd voor een jongerenreis naar Rome en alsnog gegaan. Na SJL is hij technische natuurkunde gaan doen in Eindhoven, maar na een jaar toch naar de hogeschool informatica.


Anneriet
Voor mij is de zin ″je bent er een van Papavoine″ ook voorbij gekomen. Grappig dat je dat onthoudt, maar de zin had voor mij geen inhoud. Een van de situaties die ik wel heb onthouden is dat in (jawel, ook…) de Franse les, de docent begon uit te leggen hoe onze achternaam uitgelegd kon worden. Hij maakte er een vertaling van Pap=paus en Avoine= haver. Paus haver? Kortom daar had ik niks aan, maar waar ik wel wat aan had: eindelijk iemand die onze achternaam op de correcte manier wist uit te spreken. Als kind worstelde ik er soms mee om te zeggen wat de uitspraak van onze/mijn achternaam was en dat werd meestal heel plat ″Papavan″ omdat dat het makkelijkst was. Door deze uitleg weet ik nu mijn eigen achternaam altijd op de correcte manier uit te spreken. Wat ik ook opmerkelijk vind (achteraf) is dat ik mijn broers en zussen niet of nauwelijks tegenkwam op school. Ook het samen naar school fietsen deden we niet, terwijl je allemaal van hetzelfde adres vertrok. Het was overduidelijk dat we allen ons eigen middelbare schoolpad bewandelden, terwijl het SJL een van de weinige plekken is waar we allemaal heen zijn gegaan.
Tineke
De opmerking: “Ben jij er een van Papavoine?” zag ik als iets positiefs. Ik zag mezelf als een eigen individu en voelde een soort trots dat ik deel was van deze grote familie. Het leren ging me makkelijk af en ik had het naar mijn zin op het Sint-Janslyceum. Ik herinner me ook inderdaad de routine die mama had ingesteld met de broodtrommels voorbereiden en boterhammen smeren de dag ervoor. In 5 VWO zat ik in hetzelfde jaar als Jeanne, die via de HAVO was doorgestroomd naar het VWO. In die klassen zaten de docenten in hetzelfde lokaal en liepen de leerlingen tussen de lessen naar het juiste lokaal. Jeanne en ik hadden dezelfde geschiedenisdocent, zaten op dezelfde plek in het lokaal, maar zaten niet bij elkaar in de klas. De leraar haalde ons geregeld door elkaar, dat was wel grappig.
Steven
Ik had een keer erg mijn best gedaan op een tekening die we voor het vak tekenen moesten inleveren. Het was zo goed getekend dat de docent niet geloofde dat ik het zelf had gedaan. Ze zei: ″Dat kun jij niet gemaakt hebben dat heeft je zus gedaan″.
Ik ben toen samen met die zus naar de docent gegaan waar de zus bevestigde dat ik de tekening zelf had gemaakt. De docente bood haar excuses aan.
Ik had een keer een cijfer dat of naar een 5 of naar een 6 kon worden afgerond. Ik denk voor wiskunde. De docent zei dat mijn broers en zussen voor me erg goed waren in het vak dus zou ik het ook wel kunnen en het werd een zes. Een keer was ik bij een natuurkundeles in slaap gevallen. Er belandde een borstel op mijn bankje en ik werd wakker. De docent zei: “Je hoeft hier niet te slapen dat heeft je broer al eens gedaan!” Dat was mijn oudste broer Niek, die 15 jaar eerder op het Sint-Janslyceum zat!

Heleen
Ik herinner me ook de opmerking ″oh jij bent er een van Papavoine″, dat irriteerde me. Als ze het me vroegen zei ik, ″ik ben enig kind en hou er nou over op!″ Ik spijbelde veel, maar ik kwam er altijd mee weg, er werd niet eens gevraagd waarom ik er niet was! Liever was ik als individu gezien.
Vond het ook megafijn dat ik op een zeker moment nieuwe leraren kreeg die nog geen Papavoine’s in hun klas hadden gehad, dat vond ik automatisch ook de leukste lessen waar ik het hardst mijn best voor deed. Talen heb ik ook altijd leuk gevonden en weet nog dat ik een Française (Michelle Ahrens) voor Franse les had, die ons vertelde over de zin in het liedje “Voulez vous coucher avec moi, ce soir” en wat het verschil was tussen letterlijke vertaling en spreektaal, erg grappig.
Marian Papavoine en familie
@Nieuwsbrief 1, maart 2026