Die eerste dag naar de middelbare school, ik weet het nog als de dag van gisteren: een roze brilletje met jampot glazen, twee zijstaartjes en een broekpak van NafNaf. Ik was 11 en begon aan het gymnasium wat ik 6 jaar later afrondde met een vertaling van Homerus voor het vak Grieks tijdens mijn eindexamen.

En wat had ik een geweldige tijd op het Sint-Janslyceum; mijn initiële verlegenheid en onzekerheid over mijn uiterlijk zette ik om naar studeren want dat was altijd een veilige haven. Urenlang aan mijn bureautje thuis mijn huiswerk maken – ik vond het heerlijk en nog steeds geniet ik van lezen, schrijven en nadenken wat ideaal is in mijn vak als hoogleraar.

In de brugklas ontmoette ik meiden met wie ik mijn hele schoolperiode een vriendinnengroepje vormde en we hebben samen de grootste avonturen beleefd, binnen en buiten de muren van het Sint-Jans. Als lid van de leerlingenraad en medezeggenschapsraad organiseerde ik mede allerlei activiteiten; van de jaarlijkse Valentijnsactie waarbij we anoniem rozen uitdeelden tot een benefietactie om geld op te halen voor het goede doel. Tijdens het Artistiek Festival heb ik samen met mijn broer en zus die inmiddels ook op het Sint-Jans zaten Guru’s Jazzmatazz vertolkt. En tijdens het 75-jarig bestaan van de school greep ik mijn kans om te gaan waterskiën.

De docent aan wie ik de beste herinneringen heb is meneer Bootsma van Latijn; hoewel ik uiteindelijk voor Grieks als eindexamenvak heb gekozen, was hij degene die mijn liefde voor de klassieke talen aanwakkerde. Natuurlijk heb ik ook goede herinneringen aan het contact met conrector René Kok en directeur Ans Buys – tijdens de reünie in 2019 was het weerzien met Ans heel vreugdevol dus toen hebben ik en mijn broer meteen maar even een selfie met haar gemaakt. Mijn hart maakte een sprongetje toen ze mij contacteerde om dit artikeltje te schrijven; ik zou zomaar de tijd mogen nemen om mijn archieven in te duiken en mijn reflecties neer te pennen – wat een zeldzaam voorrecht in mijn verder zo drukke leven.

Het was ook leuk om de artikelen op deze website ‘door te bladeren’ want daarmee kwamen herinneringen aan andere docenten zoals Swinkels, Van Lankveld, Lissone, Van Drongelen en Duisters naar boven. Maar ook Jaap Baks en de kantinekanjers Ad en Ine Wolfs waren fijne mensen; iedere dag opnieuw in die zes jaar tijd waren de 25 minuten heen en terugfietsen vanuit huis enorm de moeite waard. Het gebouw, waar ik als een blok voor de lichte, imposante entree was gevallen tijdens de open dag, was ook het decor voor een heuse professionele fotoshoot. Samen met enkele vrienden poseerden we voor de camera voor een modereportage die werd opgenomen in de schoolkrant. Helaas moesten we kort daarna afscheid nemen van één van die vrienden die door een ongeluk om het leven kwam.

Vanaf mijn 13e was ik gefascineerd door mode en tijdens de diploma-uitreiking op het Sint-Jans droeg ik een transparante top van Jean Paul Gaultier waarin ik mijn aspiratie belichaamde want mode is nog altijd een rode draad in mijn leven. Van de modeacademie en het openen van de eerste duurzame modewinkel in Amsterdam in 2005 tot promoveren op duurzaam ondernemen in de mode in Zwitserland. Na 10 jaar buitenland keerde ik met mijn gezin terug naar Nederland waar mijn passie leidde tot talloze projecten met ondernemers, ontwerpers en onderzoekers op het thema duurzame mode.

Inmiddels werk ik als hoogleraar circulaire economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en begeleid ik master en PhD studenten in hun onderzoek naar meer regeneratieve vormen van samenwerken en leven. Daarnaast houd ik me actief bezig met de transitie naar een circulaire textiel economie in binnen en buitenland, onder meer in Bangladesh. Mijn werk voelt als een groot privilege: ik kan mijn eigen interesses volgen en kiezen naar welke plekken ik reis voor conferenties, onderzoek of om inspirerende collega’s te ontmoeten.

Natuurlijk probeer ik zelf zo regeneratief mogelijk te leven door mijn voetafdruk te beperken. Van elektrisch rijden tot zonnepanelen op ons dak tot tweedehands meubilair tot een moestuin tot jarenlang geen kleding kopen – het hoort voor mij allemaal bij een duurzame levensstijl. De keuze om te vertragen en bewust keuzes te maken, ook al vraagt de maatschappij om constante versnelling, past daar ook in, maar gelukkig kan ik me dat in mijn rol als onderzoeker permitteren.

Mijn prachtige tienerkinderen zitten nu zelf op een scholengemeenschap zo groot als het Sint-Jans en floreren in cijfers, sport en een sociaal leven. Ze noemen mij een nerd, immers ik had toentertijd een dikke bril, deed het gymnasium en houd nog steeds vooral van boeken. Ik ben trots op die geuzennaam, want ik ben een nerd die zich inzet voor een betere wereld voor ons allen. En een nerd die dankbaar is voor hoe haar leven zich tot nog toe heeft ontvouwen.

Kim Poldner, examenjaar 1996

@Nieuwsbrief 2, juni 2026